Nieuws

Oproep: Hoe zou jij in de toekomst ATP-werk organiseren?

thumb image

9 november 2020

Participatie

Beste ATP-collega’s

De komende jaren staan we financieel voor heel wat keuzes. De jarenlange onderfinanciering van het hoger onderwijs noopt ons tot het nemen van drastische beslissingen op het vlak van personeel, investeringen, …

Stilaan botsen we op de grenzen van onze sterstructuur. De vele eilandjes, de puntenpotten personeel, … nopen ons tot het herdenken van onze werking/organisatie.

Een vraag aan jullie…hoe zouden jullie onze instelling organiseren qua personeel en meer specifiek het ATP?

Vind je dat alles bij het oude kan blijven of denk je dat andere structuren zouden leiden tot meer efficiëntie, … ?

Moeten we nog 11 faculteiten en 11 directies hebben? Centraliseren we het ATP op het rectoraat of liever verdeeld over de faculteiten?

Denken jullie eens na over hoe onze instelling er de komende 20 jaar kan uitzien…rekening houdend met de financiële uitdagingen/ besparingen die boven ons hoofd hangen.

Dank alvast,

Stefanie, Tim & Jeroen

Lees ook: Durf Denken over een nieuwe organisatie van het ATP

6 reacties op “Oproep: Hoe zou jij in de toekomst ATP-werk organiseren?

  1. Laat 60+ssers op pensioen gaan indien ze dit wensen. Doe een rondvraag, formuleer ’n pensioenvoorstel. Er staan goed opgeleide jongeren te trappelen om ons te vervangen. Jonge collega’s daarentegen staan niet te trappelen om 60+sser als collega te hebben.

    1. Het probleem is de vervanging. Het is niet gezegd dat die 60plusser vervangen zal worden door een jonger iemand. Als men blijft besparen zoals men bezig is en mensen die weggaan niet vervangt, wordt het voor de collega’s die overblijven zeer moeilijk. Met misschien burn-outs als gevolg. Aan de mogelijkheid dat een ATP-er kan kiezen om vroeger met pensioen te gaan, zou de verplichting gekoppeld moeten worden dat die persoon daadwerkelijk vervangen wordt (en niet dat zijn/haar punten gebruikt worden om ZAP-ers te benoemen of een upgrade te geven). Idem voor medewerkers die muteren naar een andere faculteit of dienst. Die worden doorgaans niet vervangen en de faculteit gaat met de punten lopen.

  2. Alles centraliseren bijv. naar het rectoraat, lijkt me geen goed idee. Ik heb heel specifiek voor mijn faculteit gekozen omdat deze veel vlotter bereikbaar was en veel dichter bij huis. En ik ben ervan overtuigd dat ik niet de enige ben in deze situatie.

  3. Ik ben ook niet voor doorgedreven centralisatie. Bovendien heb ik ook wel graag een beetje een afwisselende job en ik vrees een beetje voor administratief lopende bandwerk bij centralisatie. Er zou beter ingezet worden op volgende zaken: meer samenwerking, goede en duidelijke communicatie, mogelijkheid tot jobrotatie, eerlijke en rechtvaardige kansen tot doorgroei, vervanging of extra hulp bij langdurige ziekte/verlofperiodes

  4. Centralisatie is niet voor alles jobs mogelijk. Ik denk hierbij aan bibliotheekmedewerkers, mensen in labo’s e.d.

    Wat gemakkelijker gemaakt zou moeten worden, is de opschaling van medewerkers die het werk doen van een hogere functieklasse maar daar niet voor betaald worden. Nu moeten ze daarvoor een heel traject doorlopen. Als je bv. C bent maar al jaren het werk doet van een B is toch al genoeg bewezen dat je die B waard bent? Er zijn mensen die puur van de stress/faalangst niet slagen in de testen maar hun werk in een hogere schaal al jaren heel goed doen. Dat is heel frustrerend voor die mensen en al helemaal als hun collega’s die hetzelfde werk doen wel in de hogere schaal vallen.

    Verder het “automatisch” omzetten van een deeltijds contract van onbepaalde duur voor medewerkers die daarnaast deeltijds statutair benoemd zijn. Er zijn deeltijdse statutairen die bovenop hun deeltijds statuut nog een (kleiner) deeltijds contract hebben. Men zou dat contract bv. na een jaar automatisch kunnen omzetten naar een statuut zodat de medewerker voor al zijn/haar uren statutair is.

  5. Een betere samenwerking tussen centrale diensten en de faculteit is wenselijk. We zijn complentair, vooral collega’s en geen vijanden van elkaar. Elke vakgroep heeft een eigen historiek en eigen noden, een zekere vrijheid in aanstelling is aangewezen, toch betekent een stroomlijning in functies efficiëntiewinst, binnen de eigen faculteit maar ook over de faculteitsgrenzen heen. Gelijke profielen kunnen elkaar opzoeken, bevragen en stimuleren. Er is naar mijn aanvoelen stelselmatig afgebouwd geweest in het middenkader (B-niveau). De overblijvers hebben meer dan genoeg werk te verzetten, verder rationaliseren kan echt niet meer.

Reageer hier...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.